Leefmilieu in het Vlaams Regeerakkoord 2009-2014Vlaams Regeerakkoord 2009-2014
LEEFMILIEU
Minder afval, meer recyclage
We verruimen het afvalbeleid tot een duurzaam materialenbeleid. We evalueren hiertoe het klassieke afvalbeleidsinstrumentarium, vereenvoudigen het waar mogelijk en integreren het binnen een ruimer materialenbeleid. Het basisidee van een geïntegreerd beheer van materiaalketens is om in de mate van het mogelijke materiaalkringlopen in diverse productie- en consumptiepatronen maximaal te sluiten. Ecologische innovatie en een wieg-tot-wiegaanpak (cradle to cradle) spelen daarbij een voorname rol, maar ook product-dienstcombinaties en andere innovatieve businessmodellen leveren een belangrijke bijdrage. De transitiearena’s ‘Duurzaam materialenbeheer’ en ‘Duurzaam wonen en bouwen’ worden voortgezet. Hierbij zetten we, in samenwerking met de beroepsfederaties en ondersteund door MIP 2, proefprogramma’s op om innovaties op het gebied van ketenbeheeraanpak om te vormen van experiment naar doorbraak in de reële economie. Anderen worden er, onder meer via de eco-efficiëntiescan, toe aangespoord efficiënter om te springen met energie en materialen. We stimuleren actief de bedrijven om de maatregelen uit de eco-efficiëntiescan te implementeren door de selectieve toepassing van de ecologiesteun.
We werken aan de verdere reductie van de afvalberg en gaan na hoe we de afzetmarkt voor gerecycleerde materialen kunnen verhogen. We benutten maximaal de mogelijkheden om op eigen domein gerecycleerde materialen en secundaire grondstoffen nuttig toe te passen. Hiertoe worden onder meer de typebestekken aangepast.
De omzetting van de nieuwe Kaderrichtlijn Afval zal onder meer de evolutie van afval naar geïntegreerd materialenbeheer verankeren, de grens tussen afvalstof en product verduidelijken en de regelgeving op het vlak van secundaire grondstoffen stroomlijnen. We formuleren zelf voorstellen voor het opstellen van ‘end of waste’-criteria en laten voldoende flexibiliteit toe met betrekking tot de afvalbeheershiërarchie indien wordt aangetoond dat een afwijking van de hiërarchie een beter milieuresultaat oplevert bij de uiteindelijke toepassing.
We onderzoeken hoe we de producentenverantwoordelijkheid kunnen uitbreiden naar nieuwe afvalstromen en of er hiervoor nieuwe aanvaardingsplichten opportuun zijn.
Door het stimuleren van samenwerkingsverbanden op bedrijventerreinen, worden bedrijven, en vooral kmo's, verder aangezet tot selectieve inzameling van hun afval.
Bij de vergunningverlening voor nieuwe afvalverwerkingscapaciteit, binnen de capaciteit voorzien in het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen, zullen minstens de volgende beoordelingscriteria gehanteerd worden: milieu-impact, maximale aanwending van energie en warmte, transportmodi voor aan- en afvoer van afvalstoffen, ligging ten opzichte van de plaats van productie van de te verwerken afvalstoffen.
Integraal Waterbeleid
We maken verder werk van een integraal waterbeleid. De meeste Vlaamse waterlopen hebben in 2020 een goede ecologische toestand bereikt, zodat voldaan wordt aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water.
We stellen hiertoe een langetermijnfinancieringsplan op waarin de inbreng van alle actoren wordt vastgelegd.
Om de effectiviteit en efficiëntie te verbeteren, evalueren we de structuren en deze procedures, verminderen we de planlast en passen we zo nodig het decreet aan.
Bovendien zorgen we voor een aanpassing van de wetgeving op polders en wateringen, zodat we een betere invulling kunnen geven aan een integraal waterbeleid waarin de lokale terreinkennis en de participatie van de lokale actoren optimaal benut worden.
De opmaak van de uitvoeringsplannen voor de waterzuivering wordt zo snel mogelijk afgewerkt.
We streven naar een maximale aansluitbaarheid op de rioleringen. Waar dit niet mogelijk is, maken we werk van een beleid voor individuele waterzuivering. De inspanningen voor gescheiden regenwater- en afvalwatercircuits moeten de waterkwaliteit verder verbeteren. Om tegen 2021 de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water te bereiken, zetten we een investeringstraject uit voor de inzameling en zuivering van huishoudelijk afvalwater. De verantwoordelijkheden van het gewest en de gemeenten worden in de uitvoeringsplannen duidelijk afgebakend en de Vlaamse regering zorgt voor de afdwingbaarheid. De uitvoeringsplannen voorzien in een aanbod om individuele behandeling van afvalwater (IBA) te laten aanleggen en onderhouden door de saneringsplichtige gemeenten of drinkwatermaatschappijen, en dit tegen een vergoeding die overeenkomt met die van rioolwaterlozers.
We maken het mogelijk dat afkoppeling op privaat domein bij bestaande woningen gesubsidieerd wordt om op die manier een optimale afkoppeling te realiseren. • Op het gebied van overstromingsbeleid hanteren we volgens de principes van het integraal waterbeleid de driestapsstrategie: vasthouden-bergen-afvoeren met voldoende aandacht voor beddingbeheer. We werken verder aan multifunctionele maatregelen en aan het concept blauw-groene diensten, die natuur-, water- en landschapsbeheer combineren. • Het decreet Integraal Waterbeleid wordt vereenvoudigd Daarbij wordt, zonder de doelstellingen uit het oog te verliezen, de planlast sterk teruggedrongen en worden de structuren en procedures geëvalueerd. • We stellen herstelplannen op voor bedreigde grondwaterlagen en kiezen voor een optimale instrumentenmix om de doelstelling te halen. • Er wordt, uitgaande van de principes van het decreet Integraal Waterbeleid, met de NV Aquafin een controleerbare resultaatsverbintenis afgesloten. Via de ontwikkelde indicatoren worden stimulansen uitgewerkt, met bonussen en malussen, om tot een optimaal resultaat te komen. De NV Aquafin laat in haar financiële organisatie en personeelsorganisatie een duidelijke scheiding toe tussen decretale en commerciële activiteiten en maakt dit ook duidelijk in haar rapportering. • In uitvoering van de Hoogwaterrichtlijn voeren we een beleid om overstromingen te voorkomen. We voeren de Ontwikkelingsschets voor het Schelde-estuarium 2010, het geactualiseerde Sigmaplan en de bekkenbeheersplannen verder uit. • We evalueren de ‘watertoets’ om na te gaan of deze optimaal functioneert. We passen de stedenbouwkundige verordening voor de verplichte buffering, hergebruik en infiltratie van hemelwater bij nieuwe verharde oppervlakten aan. • In de watersector ontwikkelen we de kennisopbouw en bevorderen we de onderlinge samenwerking en de uitwisseling van ervaringen, met het oog op efficiëntiewinsten en de valorisatie van de verworven expertise in het buitenland. • Met het oog op de problematiek van nitraat- en fosfaataanrijking van grond- en oppervlaktewater wordt de mestwetgeving integraal uitgevoerd, inclusief het nieuwe vierjaarlijkse actieplan in 2010.
Luchtbeleid
Er worden concrete maatregelen genomen voor de verbetering van de algemene luchtkwaliteit. • We maken verder werk van de uitvoering van de fijnstofplannen, passen die waar nodig aan om de Europese doelstellingen te halen en zetten een aanzienlijke stap in de richting van de doelstelling van het Pact 2020. • In het kader van de onderhandelingen over de nieuwe NEC-emissieplafonds streven we naar technisch en economisch haalbare emissieplafonds en een evenwichtige verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten in functie van de kosten en baten. We stellen het NEC-reductieprogramma bij in het kader van de nieuwe Europese richtlijn. En we vermijden normoverschrijdingen van de concentratie gevaarlijke stoffen in de lucht.
Geluidsbeleid
We voeren de actieplannen conform de richtlijn omgevingslawaai uit. Na de opmaak van geluidsbelastingskaarten werken we geluidsactieplannen uit die concrete maatregelen treffen voor de aanpak van hinder door omgevingslawaai, met prioriteit voor de zwaarste knelpunten. Tegen 2020 verminderen we het aantal ernstig gehinderden door verkeerslawaai met 15%.
We zorgen voor een stabiel juridisch kader en gepaste afspraken met de federale overheid en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om de exploitatie van de luchthaven van Zaventem in het kader van het Start-project te laten gebeuren zonder onaanvaardbare hinder en gezondheidsimpact voor de omwonenden. Het uitgangspunt is dat het aantal potentieel ernstig gehinderden verder moet dalen, waarbij we streven naar een billijke en evenwichtige verdeling van de hinder over de inwoners in het Vlaamse Gewest en deze in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Daarom maken we een samenwerkingsakkoord waarin we afspraken maken over (1) geluidsnormen en de toepassing ervan, (2) routes en baangebruik en (3) windnormen. Indien nodig, overwegen we eigen Vlaamse geluidsnormen en we onderzoeken of we daarbij de frequentie van de geluidshinder mee in rekening kunnen brengen.
In samenspraak met de federale overheid zorgen we ervoor dat het plafond voor het aantal nachtvluchten beperkt blijft conform de milieuvergunning. We maken een socio-economische studie waarin de kosten (inclusief gezondheidskosten) en baten van de nachtvluchten worden berekend. De individuele QC van vliegtuigen wordt verder beperkt in lijn met de beslissing van de federale regering van december 2008.
We zorgen voor een flankerend beleid: • We zorgen bij stedenbouwkundige ontwikkelingen voor een geluidstoetsing. Er worden geen nieuwe woonfuncties ontwikkeld in zones waar de geluidsbelasting te hoog is; • We zetten een isolatieprogramma op voor woningen in de meest belaste buurten rondom de luchthaven
Bodembeleid en brownfieldontwikkeling
Vervuilde kankers in de steden en in buitengebied pakken we verder aan. We maken voort werk van de brownfieldontwikkeling via brownfieldconvenanten. We ontwikkelen de ontvankelijk en gegrond verklaarde brownfieldprojecten waarvoor het onderzoek de haalbaarheid en wenselijkheid aantoont. We zetten bodemsaneringsfondsen op in samenwerking met sectoren die te kampen hebben met specifieke bodemverontreiniging. Als er voor 2010 geen uitzicht is op een Belgisch stookolietankfonds richten we, met een bijdrage van de sector en cofinanciering door de overheid, een Vlaams stookolietankfonds op dat gezinnen bijstaat die worden geconfronteerd met de kosten van een stookolieverontreiniging. De Vlaamse Regering zal tijdens deze legislatuur belangrijke inspanningen leveren op het vlak van bodemsanering en herwaardering van vervuilde bedrijfsterreinen. De Vlaamse Regering zal vervuilde terreinen met een milieurisico van eigenaars die vrijgesteld zijn van saneringsplicht, van publieke instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en rusthuizen en van gemeentelijke gasfabrieken versneld saneren door middel van ambtshalve sanering, cofinanciering en/of samenwerkingsakkoorden tussen OVAM en andere overheden. De Vlaamse Regering zal het beleid inzake oppervlaktedelfstoffen evalueren en desgevallend bijsturen met bijzondere aandacht voor gesloten materiaalkringlopen en secundaire grondstoffen. Daarbij zullen de nieuwe ontginningen zich vooral richten op de binnenlandse markt.
Vereenvoudiging en haalbaarheid van milieuregels
Met oog op vereenvoudiging lichten we de bestaande milieuregelgeving en de reglementeringen over natuur en bos door. Waar nodig actualiseren en vereenvoudigen we de regelgeving, zonder afbreuk te doen aan de prioritaire doelstellingen en integreren we die in een Vlaams milieuwetboek. Het milieuhandhavingsdecreet wordt uitgevoerd en de praktijk doelgericht geëvalueerd, onder andere via het milieuhandhavingsrapport. De krachtlijnen van het beleid en de prioriteiten worden bepaald in jaarlijkse milieuhandhavingsprogramma’s. Organisatorische samenwerkingsafspraken worden, waar wenselijk, verankerd in handhavingsprotocollen in de schoot van de Vlaamse Hoge raad voor Milieuhandhaving. We zorgen voor een aangepaste opleiding, permanente vorming en oplossingen voor andere noden van toezichthouders en opsporingsambtenaren. De heffingen worden geëvalueerd met het oog op het realiseren van een optimaal sturend karakter, in relatie tot de andere beleidsinstrumenten. Europese en internationale afspraken maken we en komen we na, met aandacht voor de eigen Vlaamse situatie. De Europese milieuregelgeving willen we werkbaarder maken, zonder afbreuk te doen aan de basisdoelstellingen. We leggen de focus op een tijdige en correcte en werkbare vertaling van onze Europese verplichtingen. We zorgen voor een oplossing voor de milieuvergunningenpiek via een aanpassing van het milieuvergunningsdecreet.
Gekoppelde foto´s
Er zijn geen gekoppelde foto´s
|